Milieubelastingen brengen ruim 25 miljard euro op

De overheid heeft 25,3 miljard euro aan milieubelastingen en -heffingen ontvangen in 2016; 3,0 procent meer dan in 2015. Huishoudens dragen bijna twee derde van de lasten. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau Statistiek (CBS). De overheid ontving 20,7 miljard euro aan milieubelastingen en 4,6 miljard euro aan milieuheffingen in 2016. Milieubelastingen komen in de algemene middelen en zijn vooral gekoppeld aan het bezit en gebruik van auto’s en het energieverbruik.

De accijns op brandstof, de motorrijtuigenbelasting en de energiebelasting waren in 2016 respectievelijk 8,1 miljard euro, 5,6 miljard euro en 5,0 miljard euro. De opbrengsten van de energiebelasting zijn met 10,7 procent het hardst gestegen ten opzichte van een jaar eerder. De opbrengst van de belasting op nieuw aangeschafte personenauto’s en motorrijwielen (BPM) steeg met 6,1 procent ten opzichte van 2015 tot 1,6 miljard euro. Huishoudens brachten 28 procent meer BPM op, producenten 7 procent minder. Tariefverhogingen zijn één van de oorzaken van deze stijging. Voor de BPM zijn in 2016 de CO₂-grenzen aangescherpt voor benzine- en dieselauto’s en zijn de tarieven van de 3 hoogste categorieën van CO₂-uitstoot verhoogd.

De afgelopen 5 jaar is het aandeel van milieubelastingen en -heffingen ten opzichte van de totale belastingopbrengsten gedaald van 17,1 procent (in 2011) naar 15,3 procent (2016). De opbrengsten van de milieubelastingen en -heffingen zijn minder hard gestegen dan de inkomsten uit andere belastingen.

De milieulastendruk in Nederland is hoog vergeleken bij andere Europese landen. Het aandeel van milieubelastingen en -heffingen in de belastingopbrengsten inclusief sociale premies is in ons land 9 procent (2015). In Servië is het aandeel het hoogst, 11 procent, in België het laagst, 4,7 procent. Het aandeel milieubelastingen en –heffingen van de 28 landen van de Europese Unie is gemiddeld 6,3 procent.