Benchmark elektrisch rijden 2017: Amsterdam, Rotterdam en Den Haag scoren het best

Uit de benchmark elektrisch rijden 2017 blijken de best scorende gemeenten in 2017  Amsterdam, Rotterdam en Den Haag te zijn. De top 3 ‘stijgers’ op de ranglijst zijn Uitgeest, Amstelveen en Aalsmeer.

Ten opzichte van de vorige benchmark in 2016 zijn er een aantal gemeenten die fors beter scoren dan het afgelopen jaar.

Dit maakte adviesbureau Over Morgen bekend, dat de analyses heeft uitgevoerd op basis van uitgebreide data-analyses en toekomstprognoses voor elektrisch rijden en openbaar laden. Opvallend zijn de verschillen tussen gemeenten, in de mate waarin zij met hun huidige netwerk van openbare laadpalen voorbereid zijn op de toekomstige vraag naar elektrisch rijden.

De relatief hoge benchmarkscores (> 85) van gemeenten als 1) Amsterdam, 2) Rotterdam en 3) Den Haag zijn geen verrassing. Rotterdam en Den Haag hebben hun positie op de ranglijst geruild ten opzichte van de benchmark van 2016. Utrecht is enkele plaatsen gezakt in de lijst naar plek 6 en is voorbijgestreefd door 4) Amstelveen en 5) Noordwijkerhout. De top-10- stijgers ten opzichte van vorig jaar zijn: Uitgeest, Amstelveen, Aalsmeer, Renkum, Binnenmaas, Vught, Barneveld, Nieuwkoop en Ouder Amstel. Opmerkelijk is dat uit de G30 de gemeenten Amersfoort, Emmen, Enschede en Venlo relatief laag scoren (< 25). Daar ligt nog een grote opgave de komende jaren. De uitkomsten van de benchmark 2017 en het verschil ten opzichte van 2016 zijn per gemeente op digitale kaart beschikbaar gesteld en via deze link te raadplegen.

De benchmark is uitgevoerd door de toekomstprognoses over de vraag naar elektrische auto’s te combineren met de gegevens per gemeente over het bestaande openbaar beschikbare laadnetwerk. Met een dergelijke ‘dekkingsgraadanalyse’ kan men zien waar er nog ‘zwarte vlekken’ in het openbare netwerk zitten, waar het aantal palen nog te beperkt is voor de (toekomstige) vraag en welke gebieden men goed op weg is om aan die vraag te voldoen. Het onderzoek richt zich daarbij op woonadressen die niet over een eigen parkeerplaats beschikken en dus op de openbare ruimte zijn aangewezen. Forenzen en bezoekers zijn hierin (nog) niet meegenomen.