Aandeel hernieuwbare energie stagneert

AMSTERDAM – Het aandeel hernieuwbare energie in Nederland stagneert. Vorig jaar lag het percentage op 4,5 procent, net zoveel als in 2012.

Windmolens voor de kust van Nederland
©: Vattenfall/ Jorrit Lousberg

Dit blijkt maandag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Er werd meer groene energie geproduceerd in de vorm van warmte. Afvalverbrandingsinstallaties droegen het meest bij aan de toename.

Ze leverden niet alleen meer stoom aan naburige industrie, maar ook meer warm water voor stadsverwarming, zoals in Rotterdam.

Groene stroom

Relatief het sterkst groeide het verbruik van warmte uit bodemenergie: met een kwart. Er werd vooral meer gebruik gemaakt van diepe bodemenergie door glastuinbouwbedrijven voor het verwarmen van kassen. Ook steeg het gebruik van ondiepe bodemenergie, vooral voor het verwarmen van gebouwen.

Verder nam de productie van groene stroom juist af met 5 procent. Dit kwam doordat er minder biomassa werd meegestookt in elektriciteitscentrales. Het verbruik van windenergie nam juist toe door het bijplaatsen van nieuwe windmolens.

Deze toename was echter niet genoeg om de daling van het meestoken te compenseren.

Biobrandstof in vervoer

In de verdeling van hernieuwbare energie in Nederland zijn warmte en elektriciteit even groot, met beide een aandeel van 43 procent. De overige 14 procent komt voor rekening van het gebruik van biobrandstof in het vervoer.

Leveranciers van benzine en diesel zijn verplicht om een deel van de geleverde energie voor vervoer uit hernieuwbare energie te laten bestaan, veelal in de vorm van biobrandstoffen. Deze verplichting wordt elk jaar wat strenger. De extra verplichting wordt de laatste jaren echter vooral ingevuld door meer gebruik van milieutechnisch goede biobrandstoffen die dubbel tellen voor de verplichting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ontvang de nieuwsbrief van Groene Courant!