Rivieren, kanalen en meren als duurzame energiebron

Rivieren, kanalen en meren kunnen in de toekomst als duurzame energiebron fungeren. Volgens Rijkswaterstaat en de waterschappen kan met thermische energie uit afval- en drinkwater 25 tot 40 procent van de warmtevoorziening van gebouwen worden voorzien.

Thermische energie uit oppervlaktewater is een duurzaam alternatief om kantoren en woningen aardgasvrij te maken. De urgentie om duurzame energiebronnen toe te passen is groot. Het Rijk en decentrale overheden willen in 2030 circulair werken en de CO2-uitstoot met 49 procent verminderen. Met het recente kabinetsbesluit om de aardgaswinning in Groningen in 2030 te stoppen, komt de zoektocht naar alternatieven voor fossiele brandstoffen nog verder in een stroomversnelling.

Thermische energie uit oppervlaktewater, kortweg TEO, is warmte en koude die aan het oppervlaktewater onttrokken kan worden. Deze warmte en koude zijn bij uitstek geschikt om gebouwen en ruimten te verwarmen en te koelen. Daarmee vormt TEO een duurzaam alternatief voor het nu nog veelgebruikte aardgas. Verschillende recentelijk gehouden onderzoeken tonen aan dat TEO technisch, financieel en maatschappelijk haalbaar is.

Een groot voordeel van TEO is de beperkte ruimtelijke impact, in tegenstelling tot bijvoorbeeld zonneparken of windmolens. Ook kan TEO een positieve invloed uitoefenen op hittestress en de waterkwaliteit in bebouwd gebied, omdat toepassing leidt tot stroming, beluchting en afkoeling van het oppervlaktewater. En tot slot zal deze vorm van energiewinning het elektriciteitsnet tot zo’n 80 procent minder belasten dan bijvoorbeeld ‘all electric’-oplossingen.

Ontvang de nieuwsbrief van Groene Courant!