Duurzame energie en CO2-reductie: politieke ambitie versus realiteit

De teller voor het Nederlandse windvermogen staat momenteel op zo’n 2.400 MW, volgens het CBS. De ambitie van 6.000 MW en de beoogde CO2-reductie van 16 procent in 2020 lijkt in zicht. Lijkt, want ervaring uit het verleden en de recente Europese begroting zijn zorgwekkend.

Door Roald Mastrigt van | RWE- COP-E Steuerung Erzeugung Konzern | In samenwerking met EnergieExpert, de online community voor wie werkt in, met of voor de energiesector.

Offshore windpark Amalia voor de kust van Noord-HollandTijd is niet aan onze kant

We hebben er ruim 10 jaar over gedaan om tot het huidige opgestelde vermogen te komen. Naar verwachting zal de toename van windvermogen in 2013 en 2014 gering zijn als gevolg van de economische crisis en de politieke onzekerheid (bron: Ewea).

Dit betekent dus dat we in zes jaar zo’n 3.500 MW aan windvermogen willen realiseren. Ruim twee maal zoveel als in de voorgaande periode. Dat is een enorme krachtsinspanning, vooral omdat Nederland niet het enige land met windambitie is en de capaciteit voor windturbines beperkt is. 

Wind maakt ook de belofte niet waar

De windturbines zijn in de afgelopen 25 jaar van circa 1 MW gegroeid naar 7 MW. Daarmee zijn de kosten per MW wel iets gedaald, maar is windenergie nog steeds verre van rendabel. In de afgelopen 5 jaar is er in Nederland alleen al 300 tot 400 miljoen euro aan subsidie per jaar aan windenergie uitgegeven (bron: CBS). Met een jaarlijkse productie van circa 4.000 MWh is dat dus ruim 80 euro/MWh aan subsidie. De focus van de industrie om de turbines steeds groter te maken, resulteert niet in de gewenste prijsdoorbraak.

De verwachting dat windenergie over 10 jaar wel rendabel zou zijn lijkt me, gezien de ontwikkeling over de afgelopen 10 jaar erg onwaarschijnlijk. Dat lukt alleen als we andere vormen van energie extra gaan belasten, hetgeen windenergie niet goedkoper maakt.

Ook Europa doet niet mee

Om klimaatverandering effectief te bestrijden, is een Europese afstemming nodig. PV in landen waar veel zon en ruimte is, wind in landen met veel wind en ondiepe zeeën, hydro uit landen met spaarbekkens. Het benodigde back-up vermogen zou dan geleverd kunnen worden door snel regelende, conventionele eenheden. Een Europees stimuleringsbeleid zou hierop moeten inspelen.

Om effectief, grote hoeveelheden stroom tussen landen uit te kunnen wisselen, moet de huidige energie-infrastructuur fors worden uitgebreid. De realisatie van zo’n energie-infrastructuur lijkt een stuk verder weg sinds er in de Europese begroting is overeengekomen dat de begroting voor de Europese energie-infrastructuur fors (50 procent) moet inleveren.

Ontwikkelingen buiten Europa

De ontwikkeling van schaliegas in de US en de hierbij gewonnen ‘light oil’ maken de US mogelijk al in 2016 ‘self supporting’ in de energievoorziening. Dit zal een enorme impact hebben op de ontwikkeling van schaliegas in de rest van de wereld, de gasprijs en de internationale politieke verhoudingen. Europa zal zich onder deze economische machtsverschuiving niet kunnen veroorloven om niet mee te gaan en zal ook schaliegas moeten ontwikkelen om te kunnen blijven concurreren.

Gemiste kans, of niet?

Het ziet er voorlopig naar uit dat ieder land voor zich op zijn eigen, meer of minder inefficiënte wijze, zijn CO2-reductiedoelstelling na zal blijven streven. Het afstemmen van beleid tussen landen, of het realiseren van een ‘overall’ Europees masterplan lijkt nog ver weg. ‘Global developments’ en de consequenties daarvan lijken ook niet op het radar te staan van onze beleidmakers.

Of onderschat ik onze beleidmakers nu verschrikkelijk en is dit precies waarom er is gekort op de begroting voor Europese energie-infrastructuur en waarom Nederland een optimistische CO2-reductie ambitie heeft?

Wilt u reageren? Klik hier

Foto copyright: Ad Meskens

Ontvang de nieuwsbrief van Groene Courant!