Energietransitie: waar komt de rekening uiteindelijk te liggen?

Het halen van de duurzame energiedoelstelling is niet evident. Maar wat zijn de juridische gevolgen daarvan?

Door Jan Albert Timmerman | Juridisch Adviseur RenewabLAW| In samenwerking met EnergieExpert, de online community voor wie werkt in, met of voor de energiesector.

“Alleen als alles meezit, kunnen we het halen”

Het dak van een Renaultfabriek met zonnepanelen In mijn eerdere blog ging ik al kort in op het mogelijk niet halen van de hernieuwbare energiedoelstelling indien vermeend gedumpte Chinese zonnepanelen met een importheffing worden belast.

Dat het halen van deze doelstelling überhaupt niet evident is, blijkt onder meer uit de uitspraken van Hans Alders, voorzitter van Energie Nederland, de belangenbehartiger van vrijwel alle energiebedrijven die actief zijn op de Nederlandse markt. Alders stelt: “Alleen als echt alles meezit, kunnen we het halen”.

Ook de grotere energie producerende bedrijven hebben twijfels over de haalbaarheid van de doelstelling; in elk geval zijn zij van mening dat de rekening voor de transitie niet enkel bij hen terecht mag komen. En om aan te geven voor welke uitdaging we staan: de directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving stelt dat voor het behalen van de doelstelling een actieplan nodig is vergelijkbaar met de naoorlogse wederopbouw.

Wat betekent dit juridisch?

Alhoewel ik verre van een doemdenker ben, ben ik wel een realist. Ik voorzie dan ook dat door de aanhoudende crisis niet “alles meezit” (om met Alders te spreken) waardoor Nederland de 16 procent hernieuwbare energiedoestelling in 2020 niet haalt. Wat de juridische gevolgen daarvan zijn? Staan we aan de vooravond van een nieuw soort Securitel affaire? Zijn er boetes vanuit Brussel te verwachten?

Bindend streefcijfer duurzame energie

De “2020″ doelstellingen voor hernieuwbare energie staan in de Richtlijn 2009/28 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen. In bijlage I, deel A staan de streefcijfers. Nederland “clickt” haar ambities vast op 14 procent, maar middels het regeerakkoord van Rutte II is dat percentage inmiddels verhoogd naar 16 procent.

Wat moeten we nu van een streefcijfer vinden? Is dat bindend? Welnu, artikel 3 lid 1 van de richtlijn stelt dat de nationale algemene streefcijfers bindend zijn en dat elke lidstaat ervoor dient te zorgen dat zijn aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in 2020 minstens gelijk is aan zijn nationaal algemeen streefcijfer voor het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen voor dat jaar.

Met andere woorden; het streefcijfer is bindend, alhoewel het woord “streefcijfer” anders doet vermoeden. We hebben ons er dus aan te houden. Als we het niet halen, staat ons (theoretisch) de toorn van de Europese Commissie te wachten; met wellicht boetes tot gevolg!

Steunregelingen, met verplichting

Welke instrumenten kan een Lidstaat op basis van de eerder genoemde richtlijn hanteren om het streefcijfer te bereiken? Allereerst artikel 3 lid 2. Dit lid stelt dat lidstaten maatregelen moeten nemen die effectief bedoeld zijn om ervoor te zorgen dat hun aandeel energie uit hernieuwbare bronnen gelijk is aan of groter is dan het streefcijfer.

Lid 3 van artikel 2 geeft vervolgens aan dat om de bedoelde streefcijfers te halen, de Lidstaten onder ander “steunregelingen” kunnen uitvaardigen. Een steunregeling wordt vervolgens in artikel 2 sub k gedefinieerd als :

“Een instrument, regeling of mechanisme, toegepast door een lidstaat of een groep lidstaten, die het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen bevordert door de kosten van deze energievorm te verlagen, de verkoopprijs te verhogen of het volume aangekochte energie te vergroten door een verplichting tot het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen of op een andere wijze. Dit omvat, maar blijft niet beperkt tot, […] steunregelingen voor verplichting tot gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen […]“

De richtlijn kent dus een “verplichting tot het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen”! In artikel 2 sub l wordt deze verplichting nader gedefinieerd als volgt:

“Een nationale steunregeling waarbij energieproducenten worden verplicht een bepaald aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in hun productie op te nemen, energieleveranciers worden verplicht een bepaald aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in de levering op te nemen of energieconsumenten worden verplicht een bepaald gedeelte van hun energieverbruik uit hernieuwbare bronnen te halen.

Interessant overigens, een steunregeling die een verplichting oplegt!

Samenvattend: de EU kent als instrumentarium voor lidstaten voor het bereiken van de bindende streefcijfers het hanteren van steunregelingen. Deze steunregelingen bestaan zowel uit “zacht beleid” maar mogelijk ook uit het opleggen van verplichtingen aan producenten, leverancier en afnemers (ik ga er vanuit dat “energieconsumenten” niet alleen naar particulieren verwijst) om de streefcijfers voor energieverbruik uit hernieuwbare bronnen te halen!

Nederland kiest voor zacht beleid

Nederland heeft de richtlijn omgezet middels het nationaal actieplan voor energie uit hernieuwbare bronnen. In dit plan valt te lezen dat Nederland vooralsnog primair kiest voor “zacht beleid” (zie pagina 11 van dat plan). In het actieplan kom je namelijk geen ”verplichtingen” voor bedrijven, burgers en overheden tegen anders dan met betrekking tot de transportsector; verplichtingen die de richtlijn wel degelijk als mogelijkheden kent! Ook kent het actieplan geen voorbehoud dat de overheid zal grijpen naar een noodgreep door bijvoorbeeld een quota voor productie, levering en gebruik van hernieuwbare energie in te voeren als de ambities niet met zacht beleid alleen haalbaar zijn.

Klaarblijkelijk was de overheid ten tijde van het actieplan er van overtuigd dat “zacht” beleid zou volstaan.

Streefcijfer stok achter de deur

Er is voor de Nederlandse overheid dus een stok achter de deur om zich ten volle in te spannen om het streefcijfer van 16 procent te halen. Dit streefcijfer is als betoogd bindend en de Europese Commissie houdt tweejaarlijks toezicht op de voortgang dienaangaande en kan met aanbevelingen komen. Zoals reeds opgemerkt, kan de Commissie formeel zelfs boetes opleggen als in 2020 het resultaat niet is bereikt, maar deze optie zie ik enkel als een theoretische.

Het gevolg van deze stok achter de deur zal mijns inziens wel zijn dat Nederland – bij gebleken ongeschiktheid van het “zachte beleid” en eventueel pas na mogelijke aanbevelingen daartoe van de Europese Commissie – zal moeten grijpen naar het instrument van wat ik maar noem “verplichtende steunmaatregelen”.

We moeten ons als afnemers er dus op voorbereiden dat we wellicht de energietransitie de komende jaren in onze portemonnaie gaan voelen als onomstotelijk vast komt te staan dat de transitie niet meer alleen gedragen kan worden vanuit bijvoorbeeld de gasbaten en de omgevingsrechtelijke stroomlijning. Eender ook de ACM in haar marktvisie voor 2013 waarin zij een verhoging van de (transport)tarieven in het vooruitzicht stelt vanwege “duurzame” ambities.

Dan maar 14 procent?

Als optie om “verplichtende steunmaatregelen” te ontwijken kan het kabinet wellicht haar ambities verminderen. Ik zie niet in waarom Nederland niet terug zou mogen gaan naar 14 procent. De heer Leegte van de VVD sorteerde hier al op voor. Zou het kabinet dit doen, dan komt dit haar geloofwaardigheid natuurlijk niet ten goede en blijft Nederland wellicht het “vieste jongentje van de klas“.

Conclusie: hernieuwbare energie gaat ons allemaal geld kosten!

Kortom: de transitie naar meer gebruik van hernieuwbare energie gaat ons allemaal geld kosten. Ik laat in het midden of dit erg is of niet; het is in ieder geval wel onvermijdelijk. Rest de politiek alleen nog om bij een ieder de overtuiging post te laten vatten dat hernieuwbare energie een ideaal is waarvan het de moeite waard is om er voor te betalen. Hebben we wel weer iets om voor te kiezen!

Wilt u reageren? Klik hier 

Ontvang de nieuwsbrief van Groene Courant!