Het gaat er niet om of we windmolens mooi vinden of niet

Langs de A15, niet ver ten oosten van Tiel, staan 4 kolossale windmolens op ongeveer honderd meter afstand van elkaar. Ze zijn wit als melk. Je hebt, als je er voorbij snelt, de indruk dat die witheid op geen enkele manier breekbaar is.

©:  Nuon
©: Nuon

Door René ten Bos | Hoogleraar filosofie aan de faculteit der managementwetenschappen van de Radboud Universiteit.

De windmolens lijken niet te zijn samengesteld uit stalen platen die door bouten en schroeven aan elkaar gemonteerd zijn. In hun spookachtige witheid lijken ze uit één stuk te zijn opgetrokken, alsof ze, om het wat filosofisch uit te drukken, elementair zijn. Je kunt je haast niet voorstellen dat deze reuzen door mensenwerk tot stand zijn gekomen.

In die zin hebben ze iets buitenaards, iets griezeligs ook, iets wat ons gemoed kennelijk niet onberoerd laat. Windmolens zijn subliem. Toch zijn er mensen die een hekel aan windmolens hebben. Hun voornaamste argument is dat ze het uitzicht bederven. Ze zijn dus niet in staat de melkwitte reuzen zelf als uitzicht te bewonderen.

Kolos van melk

Dat op zich is al interessant. Je hebt dingen die het uitzicht bepalen en dingen die het uitzicht bederven. Het beeld dat ik krijg bij dingen die het uitzicht bederven, is dat van een vader die zijn kind uitlegt dat de rij bomen daar tegen de horizon heel mooi zou zijn, ware het niet dat die kolos van melk roet in het eten gooit.

Op de achtergrond sluimert hier het idee dat de natuur vooral iets is wat ons gevoel voor esthetiek moet bevredigen. Op die merkwaardige plek langs de A15 voltrekt zich een fascinerend infrastructureel drama. Dwars door de weilanden, niet al te ver ten zuiden van de autobaan, loopt de boemelspoorlijn van Elst naar Tiel en verder.

Iets ten noorden van diezelfde autobaan loopt de veel elegantere Betuwelijn, een soort spookspoor dat nog vaag verwijst naar de planningsmegalomanie uit de ‘paarse’ tijden van Tineke Netelenbos. In het westen zien we de betonnen toren van de nabijgelegen sluis van Tiel, alsof de Betuwestad nooit uit de greep van Stalin is gekomen.

Esthetische onrust

Verder zien we overal elektriciteitsmasten, bedradingen, reclameborden, prefab-fabrieken en andere tekenen van menselijke beschaving. Natuurlijk is er ook nog de bulderende autobaan zelf. Kennelijk is er nooit eens iemand die zich afvraagt of al deze min of meer vertrouwde elementen uit onze infrastructuur mooi of lelijk zijn. Wat vertrouwd is roept nooit esthetische onrust op.

Sterker nog, het is niet heel moeilijk om je een voorstelling te maken van een vader die zijn kind uitlegt hoe mooi het typisch Hollandse landschap daar ten oosten van Tiel is. Echt een plek waar mens en natuur een symbiose zijn aangegaan.

Mensen die beweren dat windmolens het uitzicht op het landschap bederven, vinden hun esthetische gevoel belangrijker dan ecologische verantwoordelijkheid. Ze dromen van de natuur, zeker, maar van een natuur die haar bestaansrecht ontleent aan haar schoonheid.

Daarom kunnen ze bijvoorbeeld zeggen dat windmolens de horizon verbrijzelen. Hun droom, schrijft de Britse ecofilosoof Timothy Morton, mag onder geen enkele voorwaarde aangetast worden. Mensen moeten uit die droom geholpen worden. Zij is, aldus Morton, een van de ernstigste obstakels op weg naar ecologische verantwoordelijkheid.

Reusachtigheid

Echt verantwoordelijk handelen met betrekking tot de omgeving begint met het inzicht dat we het niet alleen maar voor onszelf moeten doen. Het gaat er helemaal niet om wat we mooi vinden of niet. Liever gezegd, esthetiek is een luxe die we ons niet kunnen veroorloven.

Het geeft dus ook geen pas om te beweren dat die windmolens wel mooi zijn. Steeds als ik die windmolens zie langs de A15, maar ook op open zee voor de Noord-Hollandse kust, ben ik me ervan bewust hoe klein mensen zichzelf moeten maken als het erom gaat ecologisch verantwoordelijk te handelen.

Niet lang geleden zag ik een onderhoudsmonteur staan bij een van de melkwitte kolossen. Zijn auto, zijn gereedschapskist en zijn postuur vielen in het niet bij de reusachtigheid van wat boven hem uittorende. Die reusachtigheid drukt maar één ding uit: het ethische inzicht dat onze samenleving er niet langer voor kiest fossiele brandstoffen te gebruiken. Zo’n keuze maakt het gemuggenzift over de schoonheid van het uitzicht volstrekt overbodig.

Dit opiniestuk werd eerder gepubliceerd in het Financieele Dagblad op 28 juli 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ontvang de nieuwsbrief van Groene Courant!