Kolenbelasting helpt niet tegen CO2-emissies

Een kolenbelasting kan helpen om de schatkist te vullen, maar niet om de CO2-emissies te verlagen.

Door Joost Pellens | Regulatory Affairs Officer Essent | In samenwerking met EnergieExpert, de online community voor wie werkt in, met of voor de energiesector.

Onderdeel van het Kunduz-akkoord, inmiddels Lenteakkoord genoemd, is een belasting op gebruik van steenkool. Een kolenbelasting bestaat al in Nederland. De energieproductie is hiervan echter uitgezonderd, omdat de belasting wordt geheven op het eindproduct, de geproduceerde elektriciteit.

Waterbed-effect

De kolentaks grijpt terug op het initiatiefwetsvoorstel uit 2010, destijds ingediend door Tweede Kamerlid Kees Vendrik, maar nooit in stemming gebracht. Dit wetsvoorstel kwam voort uit de wens om de CO2-emissie van Nederlandse kolencentrales terug te dringen. De belasting zou alleen gelden voor installaties boven een specifieke CO2-emissie (voorgesteld 550 g/kWh) om de efficiënte installaties met CCS of biomassabijstook te ontzien.

Destijds heb ik al eens betoogd dat een kolentaks niet helpt om de CO2-emissie te verlagen. Immers staat in de emissiehandelsrichtlijn één Europees plafond voor CO2. Emissierechten die in Nederland worden uitgespaard, worden verhandeld om elders in Europa alsnog emissies mogelijk te maken: het ‘waterbed-effect’.

Aan de CO2-reductie draagt een kolentaks dus niet bij. Wat gebeurt er dan wel?

Effecten kolentaks op Nederlandse centrales

In het geval van een ‘gematigde’ kolentaks dragen kolencentrales extra belasting af. Daardoor produceren ze duurdere stroom en ondervinden ze dus meer concurrentie van andere opwektypen en van buitenlandse kolencentrales. Onder de huidige condities leidt het er vooral toe dat buitenlandse kolencentrales op de NW-Europese stroommarkt gemakkelijker stroom naar Nederland kunnen exporteren, daarbij gedeeltelijk ook geholpen door goedkopere, uitgespaarde emissierechten uit Nederland.

Bij een ‘hoge’ kolentaks worden voor (een deel van) het Nederlandse kolenpark de kosten te hoog om nog concurrerend te zijn op de NW-Europese stroommarkt en worden dus centrales stilgelegd. In dat geval zijn er ook geen inkomsten meer voor de staat uit de kolentaks.

Europese aanpak

Uiteindelijk – zeker op de lange termijn – is het voor alle partijen beter wanneer, in plaats van een kolenbelasting, het Europese plafond wordt aangescherpt en er schaarste ontstaat op de CO2-markt. Op die manier blijft er een gelijk speelveld binnen Europa gewaarborgd en is er daadwerkelijke CO2-reductie in plaats van verschuiving. Daarnaast hebben alle spelers in de markt – waaronder de kolencentrales – een positieve en beïnvloedbare prikkel om hun emissies te verlagen. Verder stijgt de CO2-prijs wat low-carbon investeringen uitlokt. En last but not least, in plaats van belasting moeten heffen, profiteert de staatskas van hogere veilinginkomsten.

Wilt u reageren? Dit kan op www.energieexpert.nl

Ontvang de nieuwsbrief van Groene Courant!