Kunduz-coalitie moet hogere energiebelasting omzetten in kansen voor industrie

Volgens het nieuwsbureau Energeia is Hans Grünfeld, directeur van de belangenvereniging van grote energiebruikers VEMW, erg boos over de verhoging van de energiebelasting op aardgas voor de industrie. Als je de percentages van de verhoging ziet, krijg je bijna medelijden met de leden van VEMW.

Door Klaas de Jong | Sr Adviseur Technologie District Energy Essent Local Energy Solutions | In samenwerking met EnergieExpert, de online community voor wie werkt in, met of voor de energiesector.

De percentages: een fraai stukje retoriek

Als je meer dan tien miljoen kuub aardgas per jaar verbruikt, betaal je maar liefst 36,1 procent meer belasting. En dat terwijl de burger een verhoging van ‘slechts’ 9,3 procent krijgt, aldus Energeia.

Het schermen met deze percentages is een fraai stukje retoriek.  De burger betaalt nu 16,67 eurocent energiebelasting per m3 aardgas, terwijl een zakelijke verbruiker boven 10 miljoen m3 maar 0,83 eurocent betaalt. Wat heb je liever? Een verhoging van 36 procent over 0,83 cent of eentje van 9,3 procent over 16,67 cent?

Percentages zeggen in dit geval dus niet zoveel. De burger wordt wel veel harder gepakt dan de industrie. Dat wil zeggen: als de industrie meer aardgas verbruikt dan 170.000 m3. Tot die grens betaalt de industrie namelijk wel de hoge belasting. 

Ook bij elektriciteit zijn de belastingverschillen enorm

Terwijl we thuis per kWh elektriciteit 11,4 eurocent aan belasting betalen, is dat boven 50.000 kWh nog maar 1,1 eurocent en boven 10 miljoen kWh zelfs slechts 0,05 eurocent. Het is logisch dat er verschil is, want een groot deel van de industrie moet concurreren met het buitenland. Maar om die reden krijgt de industrie ook al gratis emissierechten.

Helpen industrievriendelijke maatregelen wel?

Bij een recent bezoek aan Denemarken heb ik gevraagd hoe men daar omgaat met de energiebelasting in de industrie. De verschillen tussen huishoudelijk gebruik en industrieel gebruik zijn daar veel kleiner. De belasting op energie is in Denemarken erg hoog. Ook in andere opzichten is de overheid daar minder lief. Grote industrie mag niet zomaar haar overschotten aan warmte lozen, maar moet haar restwarmte leveren aan warmtenetten.

Volgens mijn gesprekspartners heeft dat de industrie niet geremd, maar geholpen. Doordat men al lang focust op energiebesparing is de industrie erg efficiënt. Daarnaast hebben fabrikanten van apparatuur voor de energiesector een grote voorsprong opgebouwd. Maar liefst dertig procent van de export van Denemarken is apparatuur voor de energiesector. Dat varieert van windturbines, tot warmtemeters en regelapparatuur voor de verwarming.

Uiteraard heeft Denemarken veel minder energieslurpende chemische complexen dan Nederland. Maar ze zijn er wel en ze zijn voor energie en andere zaken gekoppeld met de omgeving. Zo levert de olieraffinaderij in Fredericia van ‘onze’ Shell bijvoorbeeld al meer dan tien jaar via een warmtenet restwarmte aan maar liefst drie Deense steden.

Belastinginkomsten gebruiken voor energiebesparing en duurzame energie

Een beetje meer energiebelasting kan voor onze industrie naar mijn idee geen kwaad. Maar het zou nog veel beter zijn als we met de inkomsten uit een hogere energiebelasting een fonds zouden vullen waar bedrijven tegen een lage rente geld kunnen lenen voor investeringen in energiebesparing en duurzame energie. We hebben er als Nederlanders allemaal baat bij dat onze industrie minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen.

Wilt u reageren? Dit kan op www.energieexpert.nl

Ontvang de nieuwsbrief van Groene Courant!