Provincies moeten samen werken aan windplan waddengebied

Het is hoog tijd dat de drie waddenprovincies samen een plan maken hoe zij met windenergie in het waddengebied om willen gaan. Waar plek is voor windmolens en de opwekking van duurzame energie, maar ook op welke plekken het kenmerkende open waddenlandschap in ieder geval bewaard moet blijven.

©:  Rijkswaterstaat / Sander de Jong
©: Rijkswaterstaat / Sander de Jong

Door Josje Fens | Projectleider Klimaat en Energie Waddenvereniging.

In de Waddenzee horen geen windmolens thuis, daar is iedereen het over eens. De Waddenzee wordt internationaal erkend als werelderfgoed, een belangrijke pleisterplaats voor miljoenen trekvogels en talloze bijzondere plant- en diersoorten.

De randen van het wad lijken in het beleid vogelvrij te zijn. Toch kunnen windmolens aan de randen van het Waddengebied grote invloed op het landschap en de natuur hebben. Het waddengebied is een van de weinige plekken in Nederland waar je zoveel ruimte en weidsheid kunt ervaren. Vogels en vleermuizen volgen vaak juist dit grensgebied tussen land en water op hun trekroutes. De Waddenzee is een stuk minder waard als de randen van het wad een rommeltje worden.

Doelstellingen

Eind dit jaar moeten de provincies aan het Rijk duidelijkheid geven hoe zij de doelstellingen voor de opwekking van windenergie voor 2020 gaan halen. De locaties voor nieuwe windmolenparken of uitbreiding van bestaande parken moeten dan aangegeven zijn. Wat opvalt is dat alle drie de provincies onafhankelijk van elkaar een groot deel van die ambitie willen invullen in het waddengebied. Als alle plannen doorgaan, wordt de hele Waddenzee straks aan alle kanten ingepakt met hoge witte palen aan de horizon.

Juist voor het behoud van de Waddenzee in de toekomst ziet de Waddenvereniging het belang van een overgang naar duurzame energie. We zijn daarom een voorstander van windenergie. Maar we moeten ook voorkomen dat het waddengebied haar unieke kwaliteiten – rust, ruimte en natuur – verliest.

Daarin staat de Waddenvereniging niet alleen. Ook het Rijk en de provincies erkennen de waarde van een open waddenlandschap. Elk jaar meet het planbureau van de leefomgeving hoe het ervoor staat met de openheid. De overheid stelt vervolgens beleid op om die te behouden. Desondanks neemt jaar na jaar de openheid van het waddenlandschap af. De afgelopen tien jaar is deze zelfs gehalveerd! Juist nu zouden de provincies energie moeten steken in het vergroten van de openheid van het landschap en niet in het minimaliseren daarvan.

Vrijwaringsgebieden

Een oplossing daarvoor hebben de provincies zelf al aangedragen. Begin dit jaar ondertekende het IPO (interprovinciaal overleg) namens de provincies het zogenaamde energieakkoord. Hierin is vastgelegd dat Nederland in 2020 14 procent van het energiegebruik duurzaam moet opwekken. Een van de doelstellingen is de plaatsing van 6000MW aan windenergie op land, verdeeld over de provincies. Wat interessant is, is dat in het energieakkoord ook de mogelijkheid opgenomen is om vrijwaringsgebieden aan te wijzen in Nederland. Dat zijn gebieden met een dusdanig grote landschappelijke en/of ecologische waarde dat die gebieden vrij moeten blijven van windmolens.

Wat is er logischer dan het eerste vrijwaringsgebied van Nederland aan te wijzen in het waddengebied? Het enige natuurlijk werelderfgoed van Nederland, ons grootste natuurgebied, een gebied waar jaarlijks miljoenen mensen naartoe gaan om te genieten van de openheid, de rust en de weidsheid? Het is de hoogste tijd dat de drie provincies samen om tafel gaan om af te spreken waar vrijwaringsgebieden moeten komen voor windturbines. Zodat voor de toekomst duidelijk wordt op welke plekken in het waddenlandschap een open horizon in ieder geval gewaarborgd blijft.

Deze column verscheen eerder in het Friesch Dagblad 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Ontvang de nieuwsbrief van Groene Courant!